Abrahams schoot

Vraag:

In Lukas 16:22 lezen we dat de arme Lazarus in Abrahams schoot gedragen wordt. In een van uw traktaten hebt u geschreven dat hij bij God is. Wijkt u daarmee niet af van de Schrift?

Als antwoord geven we graag een artikel weer van Chr. Briem:
De geschiedenis van de rijke man en Lazarus is weliswaar geen gelijkenis. Toch spreekt de Heer Jezus er in een beeldend taalgebruik dat ons heel sterk aan de taal van gelijkenissen herinnert. Zo is de uitdrukking ‘de schoot van Abraham’ een beeldende beschrijving van de plaats en toestand van hen die in hetzelfde geloof als Abraham dit aardse leven hebben verlaten.

Wat nu een Israëliet betreft: of hij nu leefde of dat hij gestorven was, zijn deel en zegeningen waren heel nauw verbonden met Abraham, zijn voorvader naar het vlees. Dat is zeker ook de reden waarom de Schrift bijvoorbeeld bij de dood van Aäron zegt dat hij ‘tot zijn volken werd vergaderd’. God gebruikt dezelfde omschrijving bij de dood van Mozes. En bij Josia staat dat hij ‘tot zijn vaderen vergaderd’ zou worden (Numeri 20:24; 27:13; 2 Koningen 22:20). Maar wanneer de Heer Jezus spreekt over de dood van de verachte bedelaar Lazarus, gebruikt Hij niet de algemene uitdrukkingen ‘volken’ of ‘vaderen’; Hij zegt ook niet dat hij met Abraham ‘aanlag’ aan tafel (Mattheüs 8:11). Nee, de Heer zegt dat Lazarus door engelen in Abrahams schoot werd gedragen; dat wil zeggen in de schoot van deze geloofsman, die het hoofd is geworden van de geloofsfamilie.
In Abrahams schoot te zijn betekent dus dat gelovigen in volkomen veiligheid en onmetelijk geluk dicht bij God zijn op de plaats waar de zielen van de overleden gelovigen nu verblijven, het ‘paradijs’ (Lukas 23:43).
Tot slot wil ik hier nog graag op wijzen: hetzelfde beeld van de schoot als plaats van zegen en geborgenheid vinden we in een ander verband in Johannes 1:18 bij de Heer Jezus als de eniggeboren Zoon. En in Johannes 13:23 vinden we de discipel Johannes in de schoot van de Heer Jezus.