Aanstelling in de dienst: alleen door God

Let op het feit dat er in het Nieuwe Testament niets staat over een aanstelling door mensen als een vereiste om het evangelie te mogen prediken, in de Gemeente van God te mogen leren of de kudde van Christus te mogen weiden. Ouderlingen en diakenen werden gekozen door de apostelen of hun gemachtigden, Timotheüs en Titus; maar evangelisten, herders en leraars werden nooit op die manier aangesteld. Wij moeten het onderscheid zien tussen een gave en een plaatselijk ambt. Ouderlingen en diakenen konden al of niet een bijzondere gave bezitten, maar dit had niets te maken met hun plaatselijk ambt.

Wie begrijpen wil wat de dienst of de bediening is, moet aandachtig 1 Korinthe 12-14 en Efeze 4:8-13 lezen. In Korinthe vinden wij eerst de grondslag van alle ware dienst in de Gemeente van God, namelijk de Goddelijke aanstelling. ‘Maar nu heeft God de leden, elk van hen, in het lichaam gesteld zoals Hij heeft gewild’ (1 Korinthe 12:18). Daarna vinden we de drijfveer: ‘de liefde’ (1 Korinthe 13). Ten derde het oogmerk: ‘opdat de Gemeente opbouwing ontvangt’ (1 Korinthe 14:5). In Efeze 4 vinden we de bron van alle dienst: ‘de opgestane en opgevaren Heer’; het doel: ‘om de heiligen te volmaken, tot [het] werk van [de] bediening, tot [de] opbouwing van het lichaam van Christus’; de tijdsduur: ‘totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot [de] maat van [de] volgroeidheid van de volheid van Christus’.

Kort gezegd: de bediening in al haar onderdelen is geheel en al een Goddelijke instelling. Ze is niet van mensen, noch door mensen, maar van God. De Meester moet in elk afzonderlijk geval het vat bekwaam maken, vullen en aanstellen. De bewering dat iedereen het recht heeft in de Gemeente van God te dienen, berust niet op het Goddelijk gezag van de Schrift. Niet iedereen, maar niemand heeft dat recht, tenzij hij door God is geroepen. Het verlenen van vrijheid aan de mens is willekeur en losbandigheid. Uitsluitend de vrijheid die de Geest heeft om een dienst te laten vervullen door wie Hij wil, wordt ons geleerd in het Nieuwe Testament.

Onvoorwaardelijke onderwerping aan het gezag van God en Zijn Woord alleen, kan ons bewaren voor de werking van de opstandige menselijke geest.

C.H. Mackintosh.