Aanschouwt Hem

En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid. Johannes 1:14

Het hoofd

Mattheüs 8:20 En Jezus zei tot hem: De vossen hebben holen en de vogels van de hemel nesten; maar de Zoon des mensen heeft geen plaats, waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.

Markus 14:3 En toen Hij in Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, kwam er, terwijl Hij aanlag, een vrouw met een albasten fles met balsem van echte, kostbare nardus; zij brak de albasten fles en goot die uit op Zijn hoofd.

Mattheüs 27:29 …en na een kroon van dorens gevlochten te hebben zetten zij die op Zijn hoofd

Markus 15:19 En zij sloegen Zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem, en zij vielen op hun knieën en huldigden Hem.

Johannes 19:30 Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog Zijn hoofd en gaf Zijn geest over.

Openbaring 14:14 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand, de Zoon des mensen gelijk, die op Zijn hoofd een gouden kroon… had.

Openbaring 19:12 …en op Zijn hoofd zijn vele diademen…

Het gezicht

Psalmen 69:8 Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.

Jesaja 50:7 Daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen…

Lukas 9:51 Het gebeurde nu, toen de dagen van Zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij Zijn gezicht vastbesloten wendde om naar Jeruzalem te gaan.

Markus 14:65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen en zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan…

Openbaring 20:11 En ik zag een grote, witte troon en Hem die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden.

Openbaring 22:4 …en zij zullen Zijn aangezicht zien…

De ogen

2 Kronieken 16:9 Want wat de Heere betreft, Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen, wier hart volkomen is tot Hem.

Psalmen 33:18 Ziet, het oog des Heeren is over hen, die Hem vrezen, op hen, die op Zijn goedertierenheid hopen.

Psalmen 88:10 Mijn oog treurt vanwege verdrukking; Heere! Ik roep tot U.

Johannes 6:5 Toen nu Jezus de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tot Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat dezen eten?

Lukas 6:20 En Hij hief Zijn ogen op naar Zijn discipelen en zei: Gelukkig u, armen, want van u is het koninkrijk van God.

Johannes 11:41 Zij namen dan de steen weg. En Jezus hief de ogen op naar boven en zei: Vader, Ik dank U dat U Mij hebt gehoord.

Johannes 17:1 Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen: verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U verheerlijkt.

Openbaring 5:6 En ik zag in het midden van de troon en van de vier levende wezens en in het midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; het had zeven horens en zeven ogen

Openbaring 19:12 En Zijn ogen zijn als een vuurvlam…

De tranen

Psalmen 42:4 Mijn tranen zijn Mij tot spijs dag en nacht…

Psalmen 56:9 Gij hebt Mijn omzwervingen geteld; leg Mijn tranen in Uw fles; zijn zij niet in Uw register?

Psalmen 102:10 Want Ik eet as als brood, en vermeng Mijn drank met tranen.

Johannes 11:34 Jezus weende. (Eigenlijk: stortte tranen)

Hebreeën 5:7-8 Hij die tijdens Zijn dagen in het vlees met sterk geroep en tranen zowel gebeden als smekingen geofferd heeft aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen (en Hij is verhoord om Zijn godsvrucht), heeft, hoewel Hij Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft.

De mond

Jesaja 53:7 ..Toen deze geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.

Jesaja 53:9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.

Lukas 4:22 En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de woorden van de genade die uit Zijn mond kwamen.

Johannes 19:28,29 Hierna zei Jezus, die wist dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift werd vervuld: Ik heb dorst! Er stond een vat vol zure wijn, en zij vulden een spons met. zure wijn, omlegden die met hysop en brachten die aan Zijn mond.

1 Petrus 2:22 Hij die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in Zijn mond gevonden.

Openbaring 19:21 En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem die op het paard zat.

De stem

Johannes 5:25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord, zullen leven.

Johannes 5:28-29 Verwondert u hierover niet, want er komt een uur dat allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan: zij die het goede hebben gedaan tot de opstanding van het leven, en zij die het kwade hebben bedreven tot de opstanding van het oordeel.

Johannes 10:16 En Ik heb nog andere schapen, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik toebrengen, en zij zullen naar Mijn stem horen; en zij zullen één kudde, één herder worden.

Johannes 10:27-28 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid.

Johannes 11:43 En na dit gezegd te hebben riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten!

Johannes 18:37 Ieder die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.

Mattheüs 27:46 Omstreeks het negende uur nu nep Jezus met luider stem de woorden: Eli, Eli, lema sabachthani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Lukas 23:46 En Jezus riep met luider stem de woorden: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dit gezegd had, stierf Hij.

Handelingen 9:3-5 Hij (Paulus) viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? En hij zei: Wie bent U, Heere? En Hij zei: Ik ben Jezus die jij vervolgt.

1 Thessalonicenzen 4:16-17 Want de Heere Zelf zal met een bevelend roepen, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God neerdalen van de hemel, en de doden in Christus zullen eerst opstaan, daarna zullen wij de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heere tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heere zijn.

Openbaring 3:20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik ook bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij.

De lippen

Psalmen 45:3 Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort op Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid.

De oren

Psalmen 40:7 Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt Mij de oren doorboort; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist.

Jesaja 50:4-5 Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hoor, gelijk die geleerd worden. De Heere Heere heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet weerspannig, Ik wijk niet achterwaarts.

1 Petrus 3:12 Want de ogen van de Heere zijn op de rechtvaardigen en Zijn oren tot hun smeken.

De schouder

Jesaja 9:5 En de heerschappij is op Zijn schouder, en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.

Jesaja 22:22 En Ik zal de sleutel van het huis van David op Zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.

Lukas 15:5 En als Hij het vindt, legt Hij het blij op Zijn schouders.

De armen

Markus 9:36-37 En Hij nam een kind en plaatste het in hun midden; en Hij nam het in Zijn armen en zei tot hen: Wie één van zulke kinderen ontvangt in Mijn naam, ontvangt Mij.

Markus 10:16 En Hij nam ze in Zijn armen, legde Zijn handen op hen en zegende hen.

De handen

Psalmen 22:17 Zij hebben Mijn handen en Mijn voeten doorgraven.

Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb de mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heer bevel gegeven.

Zacharia 13:6 En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in Uw handen? zo zal Hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee Ik geslagen ben, in het huis van Mijn liefhebbers.

Mattheüs 14:30-31 Toen hij echter de sterke wind zag, werd hij bang, en hij begon te zinken en riep de woorden: Heere, behoud mij! En terstond strekte Jezus Zijn hand uit.

Mattheüs 19:13-15 Toen werden er kinderen bij Hem gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en bidden; de discipelen echter bestraften hen. Jezus echter zei: Laat de kinderen begaan en verhindert ze niet bij Mij te komen; want van de zodanigen is het koninkrijk der hemelen.

Markus 5:22-23 En er kwam één van de oversten van de synagoge, Jaïrus geheten; en toen hij Hem zag, viel hij aan Zijn voeten en smeekte Hem dringend aldus: Mijn dochtertje ligt op haar uiterste; kom toch en leg haar de handen op, opdat zij behouden wordt en leeft.

Lukas 5:12-13 En het gebeurde toen Hij in één van de steden was, zie, daar was een man vol melaatsheid; toen hij nu Jezus zag, viel hij op zijn gezicht en smeekte Hem aldus: Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen. En Hij stekte Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil, word gereinigd! En terstond week de melaatsheid van hem.

Lukas 13:13 En Hij legde haar de handen op en onmiddellijk richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.

Johannes 3:35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft alles in Zijn hand gegeven.

Johannes 10:27-30 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand. Mijn Vader die ze Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader.

Johannes 20:20 En zei tot hen: Vrede zij u! En toen Hij dit had gezegd, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde.

Lukas 24:39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.

Johannes 20:24-25 Thomas nu, één van de twaalf, die Didymus heette, was niet bij hen toen Jezus kwam. De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Heere gezien! Maar hij zei tot hen: Als ik in Zijn handen niet het teken van de nagels zie en mijn vinger steek in het teken van de nagels en mijn hand steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.

Johannes 20:27 Daarna zei Hij tot Thomas: Breng je vinger hier en zie Mijn handen.

Lukas 24:50 Hij nu leidde hen uit naar buiten tot aan Bethanië; en Hij hief Zijn handen op en zegende hen. En het gebeurde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel.

De vingers

Markus 7:33-34 En Hij nam hem van de menigte afzonderlijk, stak Zijn vingers in zijn oren en na gespuwd te hebben raakte Hij zijn tong aan; en Hij keek op naar de hemel, zuchtte en zei tot hem: Effatha! dat is: Word geopend!

Johannes 8:6 En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij Hem konden aanklagen. Maar Jezus bukte neer en schreef met Zijn vinger op de grond.

De rug

Psalmen 129:3 Ploegers hebben op Mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.

Jesaja 50:6 Ik geef Mijn rug aan hen, die Mij slaan.

Het hart

Psalmen 22:15 Mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden van Mijn ingewand.

Psalmen 55:5-6 Mijn hart smart in het binnenste van Mij, en verschrikkingen des doods zijn op Mij gevallen. Vrees en beving komt Mij aan, en gruwen overdekt Mij.

Psalmen 69:21 De versmaadheid heeft Mijn hart gebroken, en Ik ben zeer zwak; en Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is er geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.

Psalmen 102:5 Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat Ik vergeten heb Mijn brood te eten.

Psalmen 109:22 Want Ik ben ellendig en nooddruftig, en Mijn hart is in het binnenste van Mij doorwond.

De zijde

Johannes 19:24 Maar één van de soldaten doorstak Zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit.

Het bloed

1 Petrus 1:18-19 Daar u weet dat u niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost bent van uw onvruchtbare, door de vaderen overgeleverde wandel, maar door kostbaar bloed, als van een vlekkeloos en onbesmet lam, het bloed van Christus.

1 Johannes 1:7 En het bloed van Jezus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Openbaring 1:5-6 Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door Zijn bloed, en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid. Amen.

De ziel

Markus 14:33-34 En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee. En Hij begon ontsteld en zeer beangst te worden, en Hij zei tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd tot de dood toe.

Johannes 12:27 Nu is Mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit dit uur? Maar daarom ben Ik in dit uur gekomen.

Psalmen 22:21 Red Mijn ziel van het zwaard, Mijn eenzame van het geweld van de hond.

Psalmen 69:2 Verlos Mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel.

Jesaja 53:11 Om de arbeid van Zijn ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden.

Jesaja 53:12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

De knieën

Psalmen 109:24 Mijn knieën struikelen van vasten, en Mijn vlees is vermagerd.

Lukas 5:8 Toen nu Simon Petrus dit zag, viel hij aan de knieën van Jezus neer en zei: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Heere. Want verbazing had hem en allen die bij hem waren, aangegrepen over de vangst van de vissen die zij hadden gedaan.

De voeten

Psalmen 8:7 Gij hebt alles onder Zijn voeten gezet.

Mattheüs 28:9 En terwijl zij heengingen om het Zijn discipelen te berichten, zie, Jezus ontmoette hen en zei: Gegroet! Zij nu kwamen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en huldigden Hem.

Zacharia 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg.

Lukas 7:37-38 En zie, een vrouw die in de stad een zondares was en die merkte dat Hij in het huis van de farizeeër aanlag, bracht een albasten fles met balsem, ging wenend achter Hem staan, bij Zijn voeten, en begon Zijn voeten met haar tranen nat te maken en droogde ze af met de haren van haar hoofd, en zij kuste Zijn voeten innig en zalfde ze met de balsem.

Lukas 7:44-46 Ziet u deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt u Mij niet gegeven, maar zij heeft Mijn voeten met haar tranen nat gemaakt en met haar haren afgedroogd. Een kus hebt u Mij niet gegeven, maar zij heeft vanaf dat Ik binnengekomen ben niet opgehouden Mijn voeten innig te kussen. Met olie hebt u Mijn hoofd niet gezalfd; maar zij heeft met balsem Mijn voeten gezalfd.

Lukas 8:35 En zij kwamen bij Jezus vonden de mens van wie de demonen waren uitgegaan, aan de voeten van Jezus zitten, gekleed en goed bij zijn verstand.

Lukas 8:41 En zie, er kwam een man, genaamd Jaïrus, en deze was een overste van de synagoge; en hij viel aan de voeten van Jezus.

Lukas 10:39 En deze (Lazarus) had een zuster, Maria geheten, die ook aan de voeten van de Heere zat en naar Zijn woord luisterde.

Lukas 17:16 En hij viel op zijn gezicht (één van de tien melaatsen) aan Zijn voeten en dankte Hem; en deze was een Samaritaan.

Johannes 11:32 Toen Maria dan kwam waar Jezus was, zag zij Hem, viel aan Zijn voeten en zei tot Hem: Heere, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.

Johannes 12:3 Maria dan nam een pond balsem van onvervalste, kostbare nardus, zalfde de voeten van Jezus en droogde Zijn voeten met haar haren af; en het huis werd met de geur van de balsem vervuld.

Lukas 24:39-40 Ziet Mijn handen en Mijn voeten, dat Ik het Zelf ben. … En toen Hij dit zei, toonde Hij hun Zijn handen en voeten.

1 Korintiërs 15:27 Want Hij heeft alles aan Zijn voeten onderworpen.

Het lichaam

Mattheüs 26:12 Want dat zij deze balsem op Mijn lichaam heeft gegoten, heeft zij gedaan voor Mijn begrafenis.

Mattheüs 27:57-59 Toen het nu avond was geworden, kwam een rijk man van Arimathéa, Jozef geheten, die ook zelf een discipel van Jezus was geworden. Deze kwam naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus het hem te geven. En Jozef nam het lichaam, wikkelde het in een rein stuk linnen…

Johannes 19:39-40 En ook Nicodémus, die eerst ’s nachts tot Hem was gekomen, kwam met een mengsel van mirre en aloë, ongeveer honderd pond. Zij namen dan het lichaam van Jezus en bonden het in linnen doeken met de specerijen, zoals de Joden de gewoonte van begraven hebben.

Lukas 23:55 De vrouwen nu die met Hem waren meegekomen uit Galiléa, volgden en bezagen het graf en hoe Zijn lichaam werd neergelegd.

Lukas 24:1-3 Op de eerste dag van de week echter, toen het nog zeer vroeg was, kwamen zij bij het graf met de specerijen die zij hadden bereid. Zij vonden echter de steen van het graf afgewenteld. En toen zij er ingegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet.

Johannes 20:11-12 Terwijl zij (Maria Magdaléna) dan weende, bukte zij zich voorover in het graf en zag twee engelen in witte kleren zitten, één aan het hoofd en één aan de voeten, waar het lichaam van Jezus had gelegen.)

Hebreeën 10:10 Door die wil zijn wij geheiligd door middel van de offerande van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd.

1 Petrus 2:24 Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door Zijn striemen bent u gezond geworden’.

Filippenzen 3:21 Die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen.

Het kleed

Mattheüs 9:20-21 En zie, een vrouw die twaalf jaar bloedvloeiingen had gehad, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van Zijn kleed aan; want zij zei bij zichzelf: Als ik slechts Zijn kleed aanraak, zal ik behouden worden.

Mattheüs 17:2 En Zijn kleren werden wit als het licht.

Markus 5:27-30 En een vrouw … kwam in de menigte van achteren en raakte Zijn kleed aan; want zij zei: Als ik maar Zijn kleren aanraak, zal ik behouden worden. En terstond onderkende Jezus in Zichzelf de kracht die van Hem was uitgegaan, keerde Zich om in de menigte en zei: Wie heeft Mijn kleren aangeraakt?

Markus 6:56 En waar Hij ook kwam, in dorpen of in steden of op de velden, daar legden zij de zieken op de markten en smeekten Hem of zij slechts de zoom van Zijn kleed mochten aanraken; en allen die Hem aanraakten werden behouden.

Markus 9:3 En Zijn kleren werden blinkend, hel wit, zoals geen volder op aarde wit kan maken.

Mattheüs 27:31 En toen zij Hem hadden bespot, deden zij Hem de mantel af en deden Hem Zijn kleren aan; en zij leidden Hem weg om Hem te kruisigen.

Lukas 23:34 Jezus nu zei: Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen. En om Zijn kleren te verdelen wierpen zij het lot daarover.

Johannes 19:23-24 Toen dan de soldaten Jezus hadden gekruisigd, namen zij Zijn kleren en maakten er vier delen van, voor elke soldaat een deel, en het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, van boven af in zijn geheel geweven. Zij dan zeiden tot elkaar: Laten wij die niet scheuren, maar erom loten van wie die zal zijn; opdat de Schrift vervuld werd die zegt: ‘Zij hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen’.

Zijn Naam

Johannes 1:10-12 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in Zijn naam geloven.

Johannes 20:31 Maar deze zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat u gelovend het leven hebt in Zijn naam.

Handelingen 4:12 En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.

Handelingen 10:43 Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door Zijn naam.

Filippenzen 2:8-11 En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

1 Johannes 5:13 Deze dingen heb ik u geschreven, opdat u weet dat u eeuwig leven hebt, u die in de naam van de Zoon van God gelooft.

Openbaring 19:12 En Hij heeft een geschreven naam, die niemand kent dan Hijzelf.

Openbaring 19:13 En Zijn naam wordt genoemd: het Woord van God.

Openbaring 19:16 En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heere van de heren.

Openbaring 22:4 En zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn.

De liefde

Johannes 15:9 Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in Mijn liefde.

Efeziërs 3:19 De liefde van Christus, die de kennis te boven gaat.

Galaten 2:20 De Zoon van God, Die mij heeft liefgehad.

Romeinen 8:35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?

De vreugde

Johannes 15:11 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u is en uw blijdschap volkomen wordt.

Johannes 17:13 Maar nu kom Ik tot U en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap volkomen hebben in zichzelf.

Hebreeën 12:2 Terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, het kruis heeft verdragen, terwijl Hij de schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van God.

De genade

Lukas 4:22 En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de woorden van de genade die uit Zijn mond kwamen.

Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid.

2 Korintiërs 8:9 Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij, terwijl Hij rijk was, ter wille van u arm is geworden, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

De heerlijkheid

Johannes 2:11 Dit deed Jezus als begin van Zijn tekenen in Kana in Galiléa en openbaarde Zijn heerlijkheid; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

Lukas 9:32 Petrus nu en zij die bij Hem waren, waren door slaap overmand; toen zij nu ontwaakten, zagen zij Zijn heerlijkheid, en de twee mannen die bij Hem stonden.

Johannes 17:24 Vader, wat U Mij hebt gegeven – Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, opdat zij Mijn heerlijkheid aanschouwen die U Mij hebt gegeven, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.

Hooglied 5:10-16: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk.

Gerangschikt door J. Rouw