Aan ouders die een klein kind hebben verloren

De volgende tekst is de verkorte versie van een toespraak bij de begrafenis van een doodgeboren kindje.

Veel ouders hebben het verdriet gehad een klein kind te verliezen, soms zelfs al vóór de lang verwachte dag van zijn of haar geboorte. Alle menselijke vertroosting blijft in zo´n sterfgeval ijdel, leeg of oppervlakkig, maar het Woord van God geeft aan de gelovige ouders heerlijke zekerheden als het gaat om het gelukkige deel dat zulke geliefde kinderen bij de Heer Jezus hebben.

Als God toelaat dat de Zijnen hier op aarde worden beroofd van de verblijdende aanwezigheid van hun baby, wil Hij niet juist dán de balsem van Zijn vertroostingen aanbieden? Wil Hij niet juist dán hun ogen richten op die gelukkige dag waarop de dood niet meer zal zijn en waarop God alle tranen van hun ogen zal wissen (Openbaring 21:4)?

Kwetsbaarheid van het menselijke leven

´Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid´ (Jesaja 40:6-8). Het beeld van het gras dat verdort laat ons zien hoe kort ons bestaan is: ´In de morgenstond bloeit het, en het verandert; ´s avonds wordt het afgesneden en het verdort´ (Psalm 90:6). Of we ons nu in de morgen of in de avond van het leven bevinden, ons leven kan snel voorbij zijn.

De vergankelijke bloem roept ook herinneringen op aan het contrast tussen de heerlijkheid van de mens, die maar zo kort duurt, en het eeuwig blijvende Woord van God (1 Petrus 1:25).

Wanneer gelovigen het diepe verdriet beleven een geliefd klein kind te verliezen dat de Heer tot Zich neemt, moet hun geloof daardoor niet wankelen. De Heer Zelf verzekert hen van Zijn hulp. Zijn bronnen van troost bevinden zich in het Woord van God, dat eeuwig blijft. Dat Woord, het onvergankelijke zaad dat eeuwig leven geeft aan allen die in Jezus Christus geloven (1 Petrus 1:23), is ook het middel waardoor God Zijn kinderen troost. Hij wil dat wij ´door de volharding en de vertroosting van de Schriften de hoop hebben´ (Romeinen 15:4). Hij is ´de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader der ontfermingen en de God van alle vertroosting, Die ons vertroost in al onze verdrukking´ (2 Korinthe 1:3). Want zoals ´een vader zich ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen. Want Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde dat wij stof zijn´ (Psalm 103:13-14).

De Heer Zelf vindt er Zijn vreugde in ons te troosten: ´Uw hart worde niet ontroerd!´ (Johannes 14:3). Is Hij niet de goddelijke Trooster, die alleen werkelijk tot ons hart kan spreken? Hij heeft ons deze belofte nagelaten: ´Ik kom weer en zal u tot Mij nemen´, en Hij heeft ons een andere Trooster gestuurd om altijd bij ons te zijn: de Heilige Geest (Johannes 14:3 en 16). Zo zijn dus de drie Personen van de Godheid aan het werk om ons troost te brengen.

Wat een genade om te midden van onze beproevingen deze ´vertroosting van de Schriften´ te kennen (Romeinen 15:4), een vertroosting die overvloedig is (2 Korinthe 1:5)!

Gods werk vóór de geboorte

´Want U hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed. Mijn beenderen waren voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt ben en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde. Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien, en zij alle werden in Uw boek beschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van bestond. Daarom, hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God, hoe machtig groot is hun aantal´ (Psalm 139:13-17).

De kwetsbaarheid en broosheid van ons bestaan mag ons er niet toe brengen te twijfelen aan de waarde van het menselijke leven in Gods oog. We zullen verwonderd staan als we iets begrijpen van Gods gedachten over ons als mensen die Hij op zo´n wonderheerlijke manier geschapen heeft.

De gedachten van God zijn te talrijk om ze allemaal te vertellen (Psalm 40:6). En ze zijn heel wonderlijk. Ze zijn bijzonder kostbaar en troostvol als het gaat om kleine kinderen. In Psalm 139 vertelt David ons door de Geest iets over de mysterieuze wijze waarop God deze kleine wezens vormt zelfs al voor ze ter wereld komen. Wat een waarde en schoonheid heeft alles wat God zorgvuldig schept!

In de wereld beschouwt men een kind in de status van een embryo als iets onbelangrijks. Maar voor God is het al een ´klein kind´: zó noemt de Bijbel twee keer het wezentje in de buik van Elisabeth (Lukas 1:41,44). Voor God is dus ook een klein menselijk wezentje in wording in de moederbuik al een kind. Ook vers 10 van Psalm 22 (een profetische psalm) zegt woorden die gaan over de Heer Jezus als Mens: ´Vanaf de moederschoot bent U mijn God´.

De waarde van kleine kinderen voor de Heer Jezus

´Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen veracht; want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden …. Zo is het niet de wil van uw Vader Die in de hemelen is, dat één van deze kleinen verloren gaat´ (Mattheüs 18:10,11,14).

´Maar Jezus zei: Laat de kinderen begaan en verhindert ze niet tot Mij te komen, want voor zodanigen is het koninkrijk der hemelen´ (Mattheüs 19:14).

Het Woord van God waarschuwt ons om niet de wereldse manier van denken over te nemen, waarbij alleen gelet wordt op iets dat groot, indrukwekkend en belangrijk lijkt. Laten we niemand verachten, of het nu gaat om de kleine kinderen om ons heen of om enig ander iemand.

De waarde die de Heer Jezus hecht aan kleine kinderen zien we ook in Zijn woorden: ´Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen veracht´. En de waarde van die kleine kinderen wordt ook onderstreept door het feit dat de Heer Jezus gekomen is om hen te redden. In tegenstelling tot de volwassenen (die Hij eerst moet zoeken, Luk.19:10) hoeft Hij de kleine kinderen niet te zoeken; zij hebben geen verantwoordelijkheid om eerst tot Hem te komen. De prijs die betaald is om één zo´n klein kind te behouden is niets minder dan het verlossingswerk op Golgotha. Zo heeft Hij de wil van Zijn Vader volbracht, Die niet wil dat één van deze kleinen verloren gaat. Wat is het een heerlijke troost voor treurende ouders om te weten dat hun kleine kind deel uitmaakt van hen die de Heiland wilde behouden!

En wat een bemoediging is het ook voor alle gelovige ouders om hun kinderen bij de Heer Jezus te brengen (Mattheüs 19:14), om hen in het gebed bij Hem te brengen opdat Hij hen zegent!

´Het koninkrijk der hemelen is voor hen die als de kleine kinderen zijn´, zegt de Heer Jezus, en stelt de kleine kinderen aan volwassenen tot voorbeeld. Hun totale afhankelijkheid van de liefde van hun ouders en hun totale vertrouwen in die liefde zouden ook ons moeten kenmerken in onze verhouding tot God.

Verschillende gedeelten uit het evangelie naar Mattheüs waar over kleine kinderen wordt gesproken (19:14; 21:15-16) richten onze ogen naar de toekomst, naar de eeuwigheid. De directe toepassing van deze verzen staat ongetwijfeld in verbinding met het toekomstige Koninkrijk; maar het beginsel blijft hetzelfde, ook voor de eeuwigheid. Kleine kinderen van wie het aardse leven maar zo kort was, zullen in de eeuwigheid niet minder gezegend zijn dan de andere verlosten!

De blijde tegenwoordigheid van de Heer

´Voorwaar, Ik zeg u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn´ (Lukas 23:43). ´Met Christus te zijn … is verreweg het beste´ (Filippi 1:23).

De kleine kinderen die ongeboren of kort na de geboorte overlijden, ervaren nu al (net als alle ontslapen gelovigen) de onuitsprekelijke blijdschap van Christus´ tegenwoordigheid. Wat een heerlijk deel hebben allen die nu al ´met Christus´ zijn! Niets stoort hun rust meer, niets stoort hun blijdschap in de nabijheid van de Heer Jezus!

Gelovigen die het morele karakter van een klein kind hebben, kennen op aarde de Vader al (1 Johannes 2:13). Zij zijn het voorwerp van Gods onophoudelijke zorg. Hier op aarde heeft de Heer Jezus de kleine kinderen in Zijn armen genomen (Markus 10:16). En kleine kinderen die nu al bij Hem zijn, kunnen de heerlijke werkelijkheid ervaren van de nabijheid van Hem Die hen zo liefheeft. Zonder enige twijfel omringt de liefde van de Vader hen voortdurend in het paradijs. De geliefde kleine kinderen die ons hebben verlaten, zijn voor altijd vrij van ziekte en moeiten die óns nog beproeven op aarde. Ze zijn in de liefdevolle rust.

De christelijke hoop

´Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, samen met hen in wolken opgenomen worden, de Heer tegemoet in de lucht; en zó zullen wij altijd met de Heer zijn. Vertroost dan elkaar met deze woorden´ (1 Thess 4:16-18).

´En zij zingen een nieuw lied en zeggen: Gij zijt waardig het boek te nemen en zijn zegels te openen; want Gij zijt geslacht en hebt voor God gekocht met uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie…´ (Openbaring 5:9).

´Hebt gij nooit gelezen: Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij U lof bereid?´ (Mattheüs 21:16).

In de hemel zullen deze kleine kinderen binnenkort met alle verlosten in een verheerlijkt lichaam de lof van het Lam zingen. Wanneer de Heer terugkomt, zal Hij het lichaam van onze vernedering (het lichaam dat we in het graf neerleggen) veranderen zodat het gelijkvormig wordt aan het lichaam van Zijn heerlijkheid (Filippi 3:21).

Dat is ook waar voor de kleine kinderen die de Heer tot Zich heeft genomen. Zij zullen zélf ook een verheerlijkt lichaam hebben, zoals alle andere verlosten. Alles wat God doet, is Hem waard en helemaal volmaakt. In hun verheerlijkte lichamen zullen deze kleine kinderen hun stem voegen bij de duizenden verlosten om een eeuwige lofzang te laten horen. Hoe zal dan onze Heer verheerlijkt worden die Zijn lof heeft bewerkt uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen (Mattheüs 21:16)!

Op aarde hebben deze kleine kinderen misschien nooit een woord gezegd; maar in de hemel kennen ze het nieuwe lied tot eer van het Lam, en zullen het van harte meezingen! God heeft ons een eeuwige vertroosting en een goede hoop door genade gegeven (2 Thessalonika 2:16). We verwachten het ogenblik waarop God elke traan van onze ogen zal afwissen. ´En de dood zal niet meer zijn, noch rouw noch geschrei, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan´ (Openbaring 21:4).

Messager Evangélique – 0808,231