De waarde van Christus’ bloed

Wat een waarde heeft het bloed van Christus voor God, dat Hij het heeft aanvaard als losgeld! Hoe zouden daarom allen die mogen genieten van deze kostbare prijs, dit moeten waarderen en er dankbaar voor zijn! De apostel Petrus schrijft aan de gelovige Joden in de diaspora: ‘U weet immers dat u van uw onvruchtbare, door de vaderen overgeleverde wandel niet verlost bent door vergankelijke dingen, zilver of goud, maar door het kostbare bloed van Christus als van een onberispelijk en onbevlekt lam’  (1 Petrus 1:18-19).

Het losgeld dat voor ons betaald is, is het bloed van het Lam van God, Dat voor ons moest sterven. En wie is dit Lam van God? De eeuwige Zoon van God, Die als Mens in deze wereld gekomen is, om God volkomen te openbaren en Hem door Zijn overgave aan het kruis volkomen te verheerlijken. Hij was de Enige op aarde, van Wie God kon zeggen: ‘Een onberispelijk en onbevlekt Lam’. Wie zou de waarde van de overgave van dit unieke Leven kunnen bepalen? Laten wij God danken dat wij voor God ‘aangenaam gemaakt’ (of begenadigd) zijn in de Geliefde. In Hem hebben wij de verlossing (Grieks: apolytrosis) door Zijn bloed, de vergeving van de misdaden’ (Efeze 1: 7; zie 1 Korinthe 1:30; Kolosse 1:14).

Iedere keer wanneer wij vergaderd zijn om de dood van de Heer Jezus te gedenken, zien wij voor ons het brood en ‘de drinkbeker van de dankzegging, die wij zegenen’ (of: die wij prijzen), die de uitdrukking is van de ‘gemeenschap van Christus’ bloed’  (1 Korinthe 10:16). Zoals bij de oudtestamentische offers allereerst het bloed op het altaar gesprenkeld werd, wordt ook hier de drinkbeker voor het brood genoemd, anders dan bij de instelling van het Avondmaal door de Heere. 1)Wij mogen daarbij echter niet aan de ‘ene beker’ denken, die de Heer Jezus volgens het Evangelie van Lukas aan Zijn discipelen gaf met de woorden: ‘Neem deze en deel hem onder elkaar’ (Lukas 22:17). Deze beker heeft niets te maken met de maaltijd die daarna door Hem ingesteld werd, maar hoorde nog bij de paasmaaltijd en symboliseert het einde van de tijd van de wet.
De discipelen moesten deze beker helemaal leeg drinken, wat van de beker van de gedachtenismaaltijd niet gezegd wordt.
 In plaats van de drinkbeker van het lijden, die Hij aan het kruis leeg gedronken heeft, ontvangen wij uit Zijn hand de ‘beker van de dankzegging’, die ons er steeds weer aan herinnert dat al onze zegeningen op Zijn kostbare bloed berusten! De hoogste prijs die betaald kon worden, heeft ons een gereinigd geweten, verlossing, rechtvaardiging en vrede gebracht en de weg naar het heiligdom van God geopend (1 Petrus 1:19; Hebreeën 10:19; Romeinen 5:9; Efeze 1:7; Kolosse 1:20; Hebreeën 9:14). Iedere gelovige is voor altijd binnen de ‘gemeenschap van het bloed van Christus’ gebracht: hij heeft deel aan dit bloed, dat voor ons vergoten is, en aan al de zegenrijke gevolgen ervan. Dit brengen wij door het drinken van de drinkbeker blij en dankbaar tot uitdrukking.

Brengt ons dit niet als vanzelf tot aanbidding voor de Zoon en voor de Vader, Die ons Hem gegeven heeft, wanneer wij samen als verlosten de overgave van onze Heer, het ‘storten van Zijn bloed’ gedenken en Zijn dood verkondigen? Denk aan Zijn woorden: ‘Maar er komt een uur en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt ook degenen die Hem zo aanbidden’ (Johannes 4:23).

Met deze formulering laat de Heer Jezus het open wanneer en waar dit zal gebeuren, en wij hebben inderdaad op elk moment toegang tot onze Vader. Maar zou er op aarde een geschiktere gelegenheid zijn voor deze hoogste uitdrukking van de gevoelens, die bewerkt orden bij de gedachte aan Zij bloed, aan Zijn sterven? Een geschiktere gelegenheid dan juist deze maaltijd, die wij tot Zijn gedachtenis houden? En dat doen we met brood en beker als de symbolen van overgave van Zijn lichaam en bloed, die Hij ons heeft nagelaten.

Door God duur betaald

We komen nu terug op het reeds vermelde verschil tussen ‘verlossen’ (Grieks lytromai),  ‘duur betalen’ (Grieks agorazo) en ‘loskopen, vrijkopen’ (Grieks exagorazo). Omdat het in alle gevallen om de betaling van een prijs gaat, bestaat er in het Grieks net als in het Nederlands een zekere overeenkomst tussen deze begrippen, zoals Titus 2:14 laat zien: ‘Jezus Christus, Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verlossen zou’. Het bloed als symbool van de overgave van het leven van de Heer Jezus is zowel losgeld als koopprijs.

Ook bij het kopen (Grieks: agorazo) staat de hoge prijs, die de Heer Jezus betaald heeft, op de voorgrond, maar anders dan bij de bevrijding is het resultaat het verkrijgen van een nieuwe eigendomsverhouding. Allen die voor God duur betaald zijn, staan nu onder Zijn gezag, want Hij is hun rechtmatige Eigenaar en Gebieder. Daarom zingen de vierentwintig oudsten in Openbaring 5:9 in hun nieuwe lied: ‘U bent geslacht en hebt voor God gekocht (Grieks: agorazo) met Uw bloed, uit elk geslacht en taal en volk en natie…’. De Heer Jezus heeft met Zijn bloed de koopprijs betaald voor allen die in Hem geloven!

Wanneer Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs tweemaal schrijft: ‘U bent immers duur gekocht’ (Grieks: agorazo), dan gaat hij weliswaar niet nader op de prijs in, maar het kan niets anders zijn dan het bloed van Christus (1 Korinthe 6:20; 7:23). Dat Hij ook het recht op alle mensen, ja, de totale schepping, duur gekocht heeft, hebben wij al bij de beschouwing van 2 Petrus 2:1 gezien.

Bij het loskopen (Grieks: exagorazo) gaat het daarentegen om de bevrijding uit de vroegere toestand. Dat was bij de Joden de wet: ‘Christus heeft ons vrijgekocht (Grieks: exagorazo) van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden’. Bij ‘ (Galaten 3:13; vergelijk Titus 2:14). Bovendien zijn wij uit de macht van de duisternis gered en van de slavernij en de angst voor de dood bevrijd (Kolosse 1:13; Hebreeën 2:15).

Hoe worden onze harten ontroerd door de afscheidswoorden van de apostel Paulus aan de oudsten van Efeze: ‘… om de gemeente van God te weiden, die Hij Zich verworven heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon’ (Handelingen 20:28). Wat een liefde en waardering voor de Gemeente, maar ook voor zijn God en de prijs die Hij betaald heeft, spreken er uit deze uitspraak! Hier hebben we waarschijnlijk de enige Schriftplaats, waarin God de ‘koper’ is, maar ook hier is de prijs het kostbare bloed van Christus, Die alleen hier Zijn ‘Eigene’ genoemd wordt (Zijn eigen [Zoon]).

Mochten ook wij de Gemeente, die voor God zo kostbaar is, meer waarderen en liefhebben! En ook Hem Die Zijn eigen Zoon voor haar overgaf. En Hem Die de Gemeente, deze ‘zeer kostbare parel’ (Mattheüs 13:46), zo liefgehad heeft dat Hij niet alleen alles wat Hij had, maar Zichzelf in heel Zijn grootheid en de heerlijkheid van Zijn Persoon en Zijn bloed, Zijn leven, voor haar wilde overgeven!

A. Remmers

Dit artikel komt uit het boekje ‘Het kostbare bloed van Jezus Christus‘ en is verkrijgbaar bij de Stichting Uit het Woord der Waarheid.

Voetnoten   [ + ]

1.Wij mogen daarbij echter niet aan de ‘ene beker’ denken, die de Heer Jezus volgens het Evangelie van Lukas aan Zijn discipelen gaf met de woorden: ‘Neem deze en deel hem onder elkaar’ (Lukas 22:17). Deze beker heeft niets te maken met de maaltijd die daarna door Hem ingesteld werd, maar hoorde nog bij de paasmaaltijd en symboliseert het einde van de tijd van de wet.
De discipelen moesten deze beker helemaal leeg drinken, wat van de beker van de gedachtenismaaltijd niet gezegd wordt.