De BIJBEL, vertalingen

We doen hier geen poging om de waarheid van de Bijbel te bewijzen. Hij spreekt voor zichzelf en kan zichzelf verdedigen. Als de eerste hoofdstukken van Genesis onwaar zijn, dan is de rest van de Bijbel zinloos.

Het is echter wel toegestaan om een boek te beoordelen op grond van het inwendig getuigenis of wat het over zichzelf zegt. Als Lukas zijn Evangelie schrijft, geeft hij een verslag van ‘de zaken die zich onder ons voltrokken hebben’ (Luk. 1:1). En ook Petrus schrijft: ‘Want niet als navolgers van vernuftig verzonnen fabels hebben wij (…)’ (2 Petr. 1:16). Het is daarom belangrijk om te beseffen dat de Bijbel feitelijke verslagen geeft van werkelijke gebeurtenissen.

De Bijbel is een bibliotheek van 66 boeken die uit twee delen bestaat: het Oude Testament met 39 boeken en het Nieuwe Testament met 27 boeken. Het Oude Testament is vertaald uit het Hebreeuws, waarin het oorspronkelijk geschreven is, en het Nieuwe Testament uit Griekse teksten.

De volgorde van de Oudtestamentische boeken in onze Bijbelvertalingen is zoals die voorkomt in de Septuaginta of LXX, een vertaling uit het Hebreeuws in het Grieks in de tweede eeuw voor Christus, door 70 of 72 geleerden, vandaar de naam. Deze volgorde staat voorin de Bijbels, maar het zou goed zijn als we die door regelmatig gebruik uit het hoofd leren. In het Nieuwe Testament wordt voornamelijk geciteerd uit de LXX.

De Hebreeuwse Bijbel bevat 24 boeken die samen de Tenach genoemd worden, en is in drie delen verdeeld: Thora, de Wet; Nevie’iem, de Profeten; Ketoeviem, de Geschriften, of Psalmen (want die staan hierin eerst).

De volgorde van de Hebreeuwse Bijbel zoals er in het Nieuwe Testament naar verwezen wordt

Zie Lukas 24:44, waar de Heer Jezus zegt: ‘Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles moest worden vervuld wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en in de profeten en Psalmen.’ Zie ook Mattheüs 23:35 en Lukas 11:49-51 – Abel en ‘Zacharia’ – en vergelijk die teksten met Genesis 4:8 en 2 Kronieken 24:20-22. Dit laat de volgorde zien van de boeken in een Hebreeuwse Bijbel – dat wil zeggen: van het begin tot het eind – zoals de Heer Jezus Christus en de discipelen die kenden.

In 1 Korinthe 14:34 verwijst ‘de wet’ naar Genesis 3:16, en in 1 Korinthe 14:21 naar Jesaja 28:11. De vermelding van de wet in het Nieuwe Testament kan dus slaan op de boeken van Mozes, de eerste vijf boeken van de Bijbel, of op het geheel van het Oude Testament.

Manuscripten, versies en vertalingen

Manuscripten zijn Hebreeuwse en Griekse teksten waarvan vertalingen zijn gemaakt. De vroegste Griekse teksten dateren uit de vierde eeuw, hoewel er ook enkele fragmenten uit de tweede en derde eeuw bestaan. We beschikken dus niet meer over de oorspronkelijke teksten. De vroegste manuscripten waren handgeschreven kopieën, want er waren in die tijd nog geen drukmethoden. Er bestaan verschillende varianten van oude manuscripten, maar hoewel ze groot zijn in aantal, zijn ze in verhouding met het geheel van de Bijbel heel klein, en ze hebben geen invloed op de leerstellingen. Er is voor het Nieuwe Testament zelfs veel meer tekstbewijs dan voor alle andere Griekse teksten (incl. bv.   Plato of Aristoteles), en het is dus veel betrouwbaarder. Als je bijvoorbeeld commentaren met elkaar vergelijkt raak je onder de indruk van de nauwkeurigheid van de Bijbel.

Er wordt vaak gedacht dat de vroegste manuscripten het betrouwbaarst zijn, omdat handgeschreven kopieën vergissingen zouden kunnen bevatten omdat iedere keer als ze een kopie maken, kopiisten vergissingen kunnen aanbrengen. Er is echter bewijs dat zelfs sommige van de vroegste manuscripten vervalst zijn, doordat er leerstellige dwalingen in zijn opgenomen die al vroeg voorkwamen in de Christelijke belijdenis. Aangezien de generatie Christenen ná de apostelen, ook wel ‘de Vaders’ genoemd, soms uit hun geschriften citeerden, kunnen ook zij een bron zijn om het origineel te verifiëren.

Een voorbeeld van een variatie in lezing in de vroegste manuscripten vinden we in Johannes 1:18. Gebaseerd op sommige van deze manuscripten zijn er moderne vertalingen die weergeven: ‘de eniggeboren God’, terwijl er eerder, zoals in de King James Version, stond: ‘de eniggeboren Zoon’. Dit kan het gevolg zijn van een vroege dwaling, dat de Zoon een afgeleide godheid was, een gedachte die nieuw leven ingeblazen is door bijvoorbeeld de Jehova’s getuigen. William Kelly prefereert ‘Zoon’, omdat dat aansluit bij ‘de schoot van de Vader’.

Versies en vertalingen

Ook vroege vertalingen uit het Hebreeuws en Grieks in andere talen, bijvoorbeeld het Latijn, kunnen gebruikt worden door ze te vergelijken met manuscripten die korter geleden het licht hebben gezien, vooral in de negentiende eeuw. Het Griekse origineel kan aan de hand daarvan vastgesteld worden.

Wat moderne vertalingen betreft worden er twee principiële methoden toegepast. Deze worden formele equivalentie en dynamische equivalentie genoemd. Formele equivalentie in het vertalen is een poging om zo nauwkeurig mogelijk de woorden van manuscripten in een moderne taal over te zetten. Het is echter niet mogelijk om voortdurend letterlijk woord voor woord te vertalen.

Neem bijvoorbeeld een leraar Frans die zijn leerlingen begroet met de woorden: ‘Bonjour tout le monde.’ Hij zal toch echt niet bedoelen: ‘Goedendag, heel de wereld’!

Bij dynamische equivalentie is de vertaling veel vrijer, en wordt geprobeerd de betekenis van het manuscript over te brengen. Hier komt het gevaar van parafraseren om de hoek kijken, waarbij de vertaler zijn eigen inzicht invoegt en in feite een commentaar geeft die overeenkomt met zijn interpretatie. In veel moderne (Engelse) ‘vertalingen’ is de werkelijke betekenis van de Bijbel verloren gegaan en kan verkeerde leer het gevolg zijn. In Hebreeën 1:5 is bijvoorbeeld vertaald: ‘U bent mijn Zoon. Vandaag ben Ik uw Vader geworden.’ Dit wijst op de onjuiste leer van het ‘tijdelijk zoonschap van Christus’. In de Griekse tekst staat geen equivalent van ‘Vader’.

Geen enkele vertaling kan volledig vertrouwen op volledige gelijkwaardigheid en er sluipt onontkoombaar een bepaalde hoeveelheid dynamische gelijkwaardigheid binnen in de vertaling. Daar moet echter zorgvuldig mee omgegaan worden, en aan de algehele leer van de Bijbel mag geen afbreuk gedaan worden.

Een goede en nauwkeurige vertaling van de Bijbel is dus essentieel. De King James Version heeft de test van de tijd doorstaan, hoewel er wel in opdracht van koning James enkele ‘kerkelijke’ woorden gehandhaafd zijn. De Darby-vertaling is zeer bruikbaar omdat deze zo dicht mogelijk bij het origineel blijft.

Hoofdstukken en verzen

De indeling in hoofdstukken en verzen is niet Goddelijk geïnspireerd, maar is alleen nuttig vanwege het selecteren van Bijbelgedeelten of het verwijzen ernaar. Soms wordt het betoog erdoor onderbroken. Bijvoorbeeld: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’ (1 Kor. 2:9). Dan wordt de Bijbel dichtgedaan en bevinden Christenen zich op Oudtestamentische grond. Maar we moeten verder lezen: ‘Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest (…)’ (vs. 10) en ons op Nieuwtestamentische grond laten brengen.

De indeling in hoofdstukken is in de dertiende eeuw begonnen met een vertaling in het Latijn, en de indeling in verzen werd geïntroduceerd op het moment dat de boekdrukkunst werd uitgevonden. De eerste vers-indeling van het Nieuwe Testament is van Robert Stephens in de vierde editie van zijn Griekse Testament in 1551.

We moeten er echter voor waken om een vers een betekenis toe te schrijven, die het niet kan hebben als het in zijn context wordt gelezen of die in tegenspraak is met de leer van de Bijbel als geheel.

De Bijbel is het Woord van God

‘Alle Schrift is door God ingegeven’ (2 Tim. 3:16). Het Oude Testament is een boodschap van God bij monde van Mozes en de profeten. In het Nieuwe Testament wordt God geopenbaard, want de Zoon van God is in de wereld gekomen en nu is de hemel voor ons geopend. De Heilige Geest is hier nu om de dingen in het geschreven Woord werkelijkheid voor ons te maken. Toch bevat de Bijbel wel uitspraken van mensen: ‘De dwaas zegt in zijn hart: “Er is geen God.”’ Dit zijn niet de woorden van God, en Hij stemt er evenmin mee in, maar Hij geeft de gedachten weer van een mens die zonder Hem wil leven. De Psalmist was Goddelijk geïnspireerd toen hij de dwaze gedachten van de mens opschreef.

God gebruikte de menselijke instrumenten, waarbij de specifieke bediening die Hij hun gegeven had duidelijk is. De bediening van Petrus is bijvoorbeeld anders dan die van Paulus, en die van Paulus anders dan die van Johannes. Petrus richtte zich vooral tot de Joden, en Paulus tot de heidenen. Er is wel gezegd dat Paulus’ leer ‘de lijn naar boven’ is en ons opheft naar de hemel, terwijl Johannes’ leer ‘de lijn naar beneden’ is en de goede dingen van de hemel naar ons op aarde brengt.

Er is weleens gezegd dat de Bijbel een boek is over twee mensen: Adam en Christus. We moeten ook onthouden dat de Bijbel in zijn geheel over Christus spreekt – Adam is de verantwoordelijke mens die faalde, Christus is de Man van Gods doel.

Het overzicht van de Bijbel

De Bijbel bevat geschriften uit een periode van meer dan 1500 jaar. Toch passen deze bij elkaar en volgen ze een allesomvattend plan. Iemand die de Bijbel bestudeert, heeft een geestelijk overzicht van Genesis tot en met Openbaring nodig om hem te kunnen begrijpen. Dit voorkomt ook de dwaling om er lukraak verzen uit te pikken en los te maken uit hun context, en er bovendien verkeerde ideeën aan te verbinden die niet toegepast kunnen worden wanneer de waarheid van de Bijbel als één geheel wordt genomen. Dit leidt tot de zogenoemde algemeen verkeerd begrepen teksten. We vinden de geschiedenis van Israël en de profetieën, die verwijzen naar toekomstige aardse zegeningen. En dan is een kernsamenvatting van ieder boek van de Bijbel nuttig. Er is het intermezzo tussen de 69e en 70e jaarweek van Daniël waarin wij leven, en waarin de Gemeente geroepen is die een hemels karakter en geestelijke zegeningen heeft. Het karakter van het Oude en het Nieuwe Testament moet zorgvuldig en nauwkeurig vergeleken en onderscheiden worden.

De Bijbel is Gods Woord over Hemzelf en bevat Zijn doelstellingen in het bijzonder voor de mens, zowel wat Zijn wegen in de tijd betreft als Zijn raadsbesluiten voor de eeuwigheid. Daarom staat er relatief weinig in over engelen en andere geestelijke machten. Het is geen wetenschappelijk boek, maar beschrijft de mens als een door God geschapen moreel wezen. Hij is gevallen en heeft een verlosser nodig. Vandaar de verzoening. De evolutie heeft het in dit alles stelselmatig bij het verkeerde eind.

Het Nieuwe Testament vertelt ons wat de eerste Christenen geloofden wat hun geschiedenis en leer betreft. Is dit niet de beste bron om onze informatie uit te putten?

Enkele schijnbare tegenstrijdigheden

Er wordt vaak gezegd dat de Bijbel vol tegenstrijdigheden staat. De meeste hiervan, zo niet alle, zijn ook bekend onder Bijbelgetrouwe Christenen, dus er wordt ons niets nieuws verteld! Deze schijnbare tegenstrijdigheden zijn goed uitgelegd door Bijbelverklaarders, en het blijken helemaal geen tegenstrijdigheden te zijn. Laten we er een paar onder de loep nemen.

Het aantal mensen dat aan de plaag stierf als gevolg van de zonde wordt in Numeri 25:9 op 24.000 gesteld, maar in 1 Korinthe 10:8 op 23.000. De gebruikelijke verklaring is dat in 1 Korinthe het aantal mensen genoemd wordt dat op één dag stierf, terwijl in Numeri het totale aantal genoemd wordt. Het is een zaak van nauwkeurig lezen!

En tussen twee haakjes: hoeveel soldaten werden er in de Tweede Wereldoorlog bij Duinkerken geëvacueerd? Volgens sommige historici 330.000; volgens andere 338.000. Maar niemand verbindt daar de conclusie aan dat er helemaal geen evacuatie bij Duinkerke is geweest en dat het maar een mythe is!

Een ander voorbeeld vinden we in de verslagen over de geboorte in de Evangeliën. Niet elk Evangelie geeft alle details. Iedere schrijver selecteert materiaal dat past bij zijn specifieke doel. Lukas houdt zich door Goddelijke genade bezig met de nederigste mensen. Daarom zijn het de herders die de Baby in doeken gewikkeld in een voederbak zien liggen. Mattheüs benadrukt de koninklijke afstamming van Jezus, en daarom zijn het de wijzen uit het Oosten die het Christuskind in een huis bezoeken. Als het omgewisseld werd, zou dat het punt van iedere Evangelist tenietdoen. Alleen in het kerstspel en op kerstkaarten komen ze allemaal tegelijk op dezelfde plaats aan.

Het tijdstip van de gebeurtenissen die tot de kruisiging leiden is in het Evangelie van Johannes anders dan in de synoptische Evangeliën. Mattheüs, Markus en Lukas houden de Joodse tijd aan, Johannes de Romeinse. Eenvoudig.

Enkele algemene dwalingen

In 1 Johannes. 3:4 is in de King James Version een vertaalfout gemaakt. Zonde wordt omschreven als ‘de overtreding van de wet’. Er hoort te staan: ‘zonde is wetteloosheid’, zoals in de jnd-vertaling1)De Griekse tekst heeft: ‘he amartia estin he anomia’ – letterlijk ‘de zonde is de wetteloosheid’, maar in het Engels moet het lidwoord worden weggelaten. Daarom: ‘zonde is wetteloosheid’ en de zin is omkeerbaar.. Anders zou het vers in tegenspraak zijn met Romeinen 5:13. Hoewel de King James Version enkele vertaalfouten bevat, is ze over het algemeen gezond, en de enkele verkeerde vertalingen erin zijn goed gedocumenteerd.

Maar fouten in sommige andere vertalingen zijn het gevolg van het doelbewust zó vertalen van woorden of uitdrukkingen, dat deze voldoen aan een bepaalde leerstelling.

De Nieuwe Wereldvertaling bijvoorbeeld (van de Jehova’s getuigen) wil nadrukkelijk de Godheid van Christus ontkennen. Daarom heeft deze in Johannes 1:1: ‘En het Woord was een god.’ Zo ook in Johannes 8:58: ‘Vóór Abraham tot bestaan kwam, was ik er al.’ Zelfs een schooljongen zou niet zo’n vreselijke fout maken2)In Johannes 1:1 staat ‘kai Theos hen o Logos’, dat is letterlijk ‘en God was het Woord’. Het nieuwtestamentisch Grieks heeft geen onbepaald lidwoord. Daarom zal het bepaald lidwoord vaak in de vertaling toegevoegd moeten worden, maar beslist niet altijd. In het Grieks legt een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord de nadruk op karakter. Een zelfstandig naamwoord in het gezegde krijgt maar zelden het lidwoord. Vandaar: ‘het Woord was God’.
In Johannes 8:58 heeft de Griekse tekst ‘prin Abraam genesthai ego eimi’. Bijna letterlijk vertaald is dat: ‘Voor Abraham werd, ben Ik.’ Met andere woorden: de Heer Jezus maakt er aanspraak op de grote IK BEN te zijn. De Joden begrepen wat Hij bedoelde en wilden Hem hierom stenigen.
.

Een andere fout is om een Grieks woord te vertalen vanuit een woordenboek van het klassieke Grieks. Dit wordt gedaan door hen die vrouwen willen toestaan te spreken in de Gemeente. Zo wordt er geredeneerd dat in 1 Korinthe 14:34 het woord voor ‘spreken’ eigenlijk ‘kletsen’ betekent, en dat staat ook zo in sommige Griekse woordenboeken3)Bijvoorbeeld Liddell en Scott. Het Griekse werkwoord dat in 1 Korinthe 14:34 gebruikt wordt is λαλεω − laleo. In de onbepaalde wijs λαλειν − lalein – wordt het vertaald met spreken, en bij de andere tijdsvormen heeft het in de Bijbel altijd deze betekenis. Soms wordt het vertaald met ‘zeggen’, ‘praten’, ‘vertellen’ of ‘uiten’, maar de context laat zien dat het altijd op spreken duidt, en niet op het bezig zijn met zinloos geklets..

Maar het woord in dit vers wordt in het hele Nieuwe Testament en de Septuagint algemeen gebruikt, en nergens betekent het ook maar één keer ‘kletsen’. Het zou bijvoorbeeld een respectloze en zinloze vertaling zijn als we Hebreeën 1:1 zouden weergeven als: ‘Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen [gekletst] had…’ .

Laten we eens naar de LXX (Griekse Septuaginta, vertaling van het OT) kijken. Bijvoorbeeld in Exodus 20, het hoofdstuk waarin God de Tien Geboden aan Mozes geeft: ‘Toen [kletste] God al deze woorden.’ Dat zou volkomen onzin zijn. Een blik in de Englishman’s Greek Concordance zal duidelijk maken dat het Griekse woord dat in 1 Korinthe 14:34 gebruikt wordt, nergens anders vertaald kan worden met kletsen, dus waarom dan wel alleen in dat ene vers?

Samenvattend: laten we beseffen dat we de Heilige Schrift, de heilige geschriften, hebben (2 Tim. 3:15), inclusief de Brieven van Paulus, zoals Petrus het stelt (zie 2 Petr. 3:15-16). De hele Bijbel is door God geïnspireerd (2 Tim. 3:16). Het is Gods Woord. De Bijbel moet altijd met het grootst mogelijke respect behandeld worden. De taal van de King James Version heeft een waardigheid die past bij de Bijbel als het Woord van God. Sommige moderne vertalingen zijn niet alleen minder nauwkeurig, maar hebben ook niet dezelfde eerbiedige toon.

Mark Best

Naschrift en toelichting:

De volgorde van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel

De vierentwintig heilige boeken die samen de Hebreeuwse Bijbel vormen, staan in deze volgorde:

De Torah – de Wet – de vijf boeken van Mozes – de Pentateuch – net zoals in onze Bijbel.

Genesis – in het Hebreeuws genoemd ‘In den beginne’
Exodus – ‘Dit nu zijn de namen’
Leviticus – ‘De Heere riep’
Numeri – ‘In de woestijn’
Deuteronomium – ‘Dit zijn de woorden’

De Nevie’iem – de Profeten – zijn in twee delen verdeeld.
De vroege profeten:

Jozua
Richteren
Samuël (beide boeken samen)
Koningen (beide boeken samen)

De latere profeten:

Jesaja
Jeremia
Ezechiël
De kleine profeten als één boek

De Ketoevim – de Geschriften

Psalmen
Spreuken
Job
‘de Vijf Rollen’ of ‘Vijf Megillot

Hooglied
Ruth
Klaagliederen (Eikhah genoemd, d.i. ‘Hoe?’)
Prediker
Esther

Daniël
Ezra en Nehemia (als één boek)
Kronieken (beide boeken samen), genoemd ‘Zaken van de dag’

(of in de LXX: ‘Weggelaten dingen’)

Het is duidelijk dat, behalve bij de Pentateuch, deze volgorde van de boeken behoorlijk afwijkt van de volgorde van de Oudtestamentische boeken in onze Bijbel, die de volgorde van de Septuagint aanhoudt.

Voetnoten   [ + ]

1.De Griekse tekst heeft: ‘he amartia estin he anomia’ – letterlijk ‘de zonde is de wetteloosheid’, maar in het Engels moet het lidwoord worden weggelaten. Daarom: ‘zonde is wetteloosheid’ en de zin is omkeerbaar.
2.In Johannes 1:1 staat ‘kai Theos hen o Logos’, dat is letterlijk ‘en God was het Woord’. Het nieuwtestamentisch Grieks heeft geen onbepaald lidwoord. Daarom zal het bepaald lidwoord vaak in de vertaling toegevoegd moeten worden, maar beslist niet altijd. In het Grieks legt een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord de nadruk op karakter. Een zelfstandig naamwoord in het gezegde krijgt maar zelden het lidwoord. Vandaar: ‘het Woord was God’.
In Johannes 8:58 heeft de Griekse tekst ‘prin Abraam genesthai ego eimi’. Bijna letterlijk vertaald is dat: ‘Voor Abraham werd, ben Ik.’ Met andere woorden: de Heer Jezus maakt er aanspraak op de grote IK BEN te zijn. De Joden begrepen wat Hij bedoelde en wilden Hem hierom stenigen.
3.Bijvoorbeeld Liddell en Scott. Het Griekse werkwoord dat in 1 Korinthe 14:34 gebruikt wordt is λαλεω − laleo. In de onbepaalde wijs λαλειν − lalein – wordt het vertaald met spreken, en bij de andere tijdsvormen heeft het in de Bijbel altijd deze betekenis. Soms wordt het vertaald met ‘zeggen’, ‘praten’, ‘vertellen’ of ‘uiten’, maar de context laat zien dat het altijd op spreken duidt, en niet op het bezig zijn met zinloos geklets.