85. U loof ik, Heer, U bent op aard’ gekomen.


Lied 85
1 U loof ik, Heer, U bent op aard’ gekomen.
U zocht mij op, hebt me aan de dood ontnomen.
Slechts leven zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.

2 U loof ik, Heer, U hebt uw kostbaar leven
voor mij, een zondaar, in de dood gegeven.
Slechts liefde zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.

3 U loof ik, Heer, U hebt uw bloed vergoten,
’t heeft voor mijn schuld op Golgotha gevloten;
verzoening zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.

4 U loof ik, Heer, wel wandel ‘k hier beneden,
maar U gaat mij steeds voor op al mijn schreden;
verkwikking zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.

5 U loof ik, Heer, U hebt de strijd volstreden;
weldra is ook voor mij het leed geleden.
Slechts hope zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.

6 U loof ik, Heer, dra stilt U ons verlangen,
dan zult U ons in ’t Vaderhuis ontvangen.
Slechts vreugde zie ik, als ik U aanschouw.
’t Is, Heer, uw lof, die ik ontvouw.