44. O bruid des Lams ontwaak (= 124, 216)


Lied 44
1 O bruid des Lams, ontwaak, ontwaak!
O bruid, houd u bereid;
want Christus komt, uw bruidegom,
de hoop der heerlijkheid.

2 Haast is de bange nacht voorbij,
haast breekt de morgen door;
uw Jezus komt, en zijne stem
klinkt lieflijk u in ’t oor.

3 Hij komt, – want o, zijn brandend hart
verdraagt geen scheiding meer.
Hij komt, – en deelt met u zijn vreugd’,
zijn heerlijkheid en eer.

4 Deez’ aard’, toneel van al zijn strijd,
die Hem geen vreugd’ kon bien,
zal spoedig op de koningstroon
de Heer der heren zien.

5 Ook u zult heersen – Jezus wil
voor zich alleen geen kroon;
deze aarde zal de bruid des Lams
zien zitten op de troon.

6 Zijn kroon, zijn eer – ’t is alles uw,
o bruid, wees blij te moe.
Maar meer dan alle heerlijkheid:
Hij zelf behoort u toe.