34. Liefde, die voor mij wou lijden.


Lied 34
1 Liefde, die voor mij wou lijden,
en aan ’t kruishout voor mij stierf;
liefde, die voor mij wou strijden,
vrede en vreugde mij verwierf;
liefde, U zij roem alom,
hier, en eens in ’t heiligdom.

2 Liefde, U bent licht en leven;
tot de Vader bracht U mij.
U wou in de dood U geven,
en U kocht mij eeuwig vrij.
Liefde, U zij roem alom,
hier, en eens in ’t heiligdom.

3 Liefde, U zult mij behoeden,
U, zo vriend’lijk en zo mild.
Laat dan Satan om mij woeden,
U bent zelf mijn steun en schild.
Liefde, U zij roem alom,
hier, en eens in ’t heiligdom.

4 Liefde, die mij zal bekleden
en – ontrukt aan deze tijd –
mij in alle eeuwigheden
tooien zal met heerlijkheid,
liefde, U zij roem alom,
hier, en eens in ’t heiligdom.