23. Uw verlossingswerk op aarde.


Lied 23
1 Uw verlossingswerk op aarde
hebt Gij, dierb’re Heer, volbracht;
en uw bloed, zo rijk aan waarde,
hebt Ge in ’t heiligdom gebracht.
Daar Gij zijt voor ons gestorven,
is het leven ons verworven;
en daar Gij zijt opgestaan,
kunnen wij in vrijheid gaan.

2 In Gods heerlijkheid gekomen,
draagt Gij, grote priestervorst,
al de namen van uw vromen
op uw schouders, op uw borst.
Voor hen leeft Gij bij de Vader,
brengt hen ’t Vaderhuis steeds nader,
daar Gij de uwen nooit vergeet,
voor hen tussenbeide treedt.

3 Dank, aanbidding, lof en ere
zij U eeuwig toegebracht
door het volk, dat Gij, o Here,
hebt verlost uit Satans macht.
Dat het steeds uw liefde roeme,
U zijn een’ge redder noeme;
en zijn dienst, door U gewijd,
Gode zij tot heerlijkheid.