192. In ‘d ongestoorde rust.


Lied 192
1 In d’ ongestoorde rust, wanneer we bij U wonen,
zijn al de uwen, Heer, volmaakt U toegewijd.
Dan werpen w’ aan uw voet de ons gegeven kronen
en wij aanbidden U tot in all’ eeuwigheid.

2 Bewond’rend zal uw bruid uw aangezicht aanschouwen
en uw volmaaktheid zien, o Heer en Bruidegom.
Dan zult U haar ’t geheim van uwe liefde ontvouwen,
die eeuwig haar verblijdt in ’t hemels heiligdom.

3 Uw lichtglans zal uw bruid bestralen en omhullen,
Heer Jezus, tot uw eer en tot uw heerlijkheid.
Zo zal zij met uw pracht het Vaderhuis vervullen
in ’t onberisp’lijk kleed van uw volkomenheid
.
4 Van de arbeid van uw ziel, zult U de vrucht ontvangen,
waarvoor U streed aan ’t kruis, door duisternis omhuld.
Uw bruid is dan volmaakt en prijst U met gezangen.
De wensen van uw hart zijn dan geheel vervuld.