107. U bent voor ’t aangezicht van God voor ons verschenen.


Lied 107
1 U bent voor ’t aangezicht van God voor ons verschenen,
en droeg uw eigen bloed in ’t binnenst heiligdom.
Wij zijn door U verzoend, de zonden zijn verdwenen.
Wij loven, Heer, uw naam alom.

2 En altijd leeft Hij daar, nu biddend voor de zijnen,
als Hogepriester voor zijn duurgekochte schaar;
verlaten zijn wij nooit – weldra zal Hij verschijnen,
Hij leidt ons heerlijk, wonderbaar.